Maatregel te lage dekkingsgraad:
verlaging pensioenopbouw naar 1,4%

Als gevolg van de aanhoudend lage rente is onze dekkingsgraad te laag. Daarom moeten we iets doen zodat we kunnen blijven zorgen voor jouw ruimte voor later. Verschillende maatregelen waren mogelijk. Er is nu gekozen voor een verlaging van de pensioenopbouw. De hoogte van de premie verandert niet.

Werkgevers en vakbonden hebben met elkaar afgesproken dat het opbouwpercentage in 2020 1,4% wordt. Dit was 1,6%. Het opbouwpercentage  is een deel van je salaris dat jij in een jaar opbouwt aan inkomen voor later. Van deze verlaging merk je nu misschien nog niets, maar wel als je straks met pensioen gaat.

Geen extra pensioenlasten

Omdat werkgevers en vakbonden hebben gekozen voor een verlaging van de opbouw, kan de pensioenpremie gelijk blijven. Dat betekent dat voor je pensioen in het komend jaar niet méér hoeft te worden afgedragen. Dus geen lager netto salaris voor werknemers. En geen hogere kosten voor werkgevers.

Kans op korten niet van de baan

Doorgaan met de huidige pensioenpremie en -opbouw was niet mogelijk. De lage rente maakt pensioenopbouw veel duurder. We ontvangen namelijk minder rente op het vermogen dat we hebben. Daardoor moeten we meer geld in onze pensioenpot stoppen. De maatregel die we nu nemen, is nodig om de hoogte van de toekomstige kortingen te beperken. Hadden we deze niet genomen, dan hadden we in 2020 waarschijnlijk al de pensioenen moeten korten. Dat lijkt nu niet nodig. Helaas is de kans op een korting in 2021 nog steeds aanwezig.

Nog niet kostendekkend

Overigens is de premie nog steeds niet kostendekkend. Daarvoor had de pensioenopbouw nog verder verlaagd of de premie verhoogd moeten worden.