Partnerpensioen
Bij overlijden van een werknemer heeft zijn of haar partner levenslang recht op een maandelijkse uitkering van het partnerpensioen (bij buitenlands adres en bankrekening: halfjaarlijks).
Partner
Onder 'partner' wordt verstaan:
- de echtgenoot of echtgenote
- degene met wie een geregistreerd partnerschap bestaat
- degene met wie de werknemer duurzaam samenwoont, dat wil zeggen: met wie hij of zij ongehuwd niet-geregistreerd langer dan vijf jaar samenwoont of met wie u ten minste een half jaar samenwoont op basis van een notariële akte
Het huwelijk, geregistreerd partnerschap of de samenleving (met of zonder notariële akte) moet bovendien zijn aangegaan vóórdat de werknemer 65 jaar wordt.
Hoogte van het partnerpensioen
Jaarlijks bouwt de werknemer partnerpensioen op, tot hij of zij overlijdt, uit dienst of met pensioen gaat. Dit pensioen gaat in op de eerste dag van de maand van overlijden en eindigt als de partner zelf overlijdt. Het partnerpensioen bestaat dan uit:
- 70% van het te bereiken ouderdomspensioen op 65-jarige leeftijd (als de werknemer tot het moment van overlijden in de bedrijfstak werkt), of
- 70% van het ouderdomspensioen dat u hebt opgebouwd (als de werknemer op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak werkt of al met pensioen is
Bijzonder partnerpensioen
Het bijzonder partnerpensioen is partnerpensioen voor een ex-partner. Het wordt berekend uit het ouderdomspensioen dat de werknemer heeft opgebouwd tot het moment van scheiding. Meer hierover leest u bij Scheiden. De ex-partner moet na het overlijden van de (oud-)werknemer zelf het bijzonder partnerpensioen aanvragen. Als het pensioenfonds in bezit is van de gegevens van de ex-partner, wordt automatisch een aanvraagformulier toegestuurd.
Uitruilen pensioensoorten
Het is mogelijk om pensioensoorten voor elkaar uit te ruilen en zo een hoger of lager ouderdomspensioen of partnerpensioen te krijgen. Meer hierover leest u bij Binnenkort met pensioen.